Nederland moet nu inzetten op energie uit water

Nederland moet nu inzetten op energie uit water FD | opinie | dd 3 juli 2019

De maatregelen die het kabinet eind vorige week presenteerde om in 2050 een CO2-vrij elektriciteitssysteem te realiseren, zetten terecht volop in op de hernieuwbare bronnen energie uit wind (windmolens op zee en op land) en energie uit zon (zonnepanelen). Helaas werd bij de presentatie door het kabinet de hernieuwbare bron energie uit water vergeten. Dat is een gemiste kans. Want niet alleen is Nederland waterland bij uitstek en hebben we alle vormen van duurzame energie hard nodig, energie uit water kan ook uitgroeien tot een geweldig exportproduct.

Iedereen is het er inmiddels wel over eens: windenergie en zonne-energie hebben de toekomst. Maar rond 1985, bij de bouw van de eerste windmolens, konden we dit nog niet voorzien. Zonne-energie en windenergie hebben zich de afgelopen jaren stormachtig ontwikkeld. Veel sneller dan gedacht, zullen zij goedkoper zijn dan fossiele brandstoffen. Duurzame energieopwekking wordt namelijk door schaalvergroting en technische ontwikkelingen steeds goedkoper, waardoor er minder subsidie nodig zal zijn. Naar verwachting zal in 2040 34% van de energiewinning uit zon en wind komen. Dat is nu nog 5%.

De focus op zonne-energie en windenergie in combinatie met de relatief hoge kosten van energiewinning uit water, hebben ervoor gezorgd dat het stimuleren van deze laatstgenoemde duurzame bron van de overheidsradar is geraakt. De ontwikkeling van energie uit water zit in Nederland nog steeds in de startfase, vergelijkbaar met die van windenergie dertig jaar geleden. Maar meer investeren in energie uit water kan een enorme impuls geven aan onze kenniseconomie en werkgelegenheid. Projecten in het buitenland laten zien dat energie uit water nu al concurrerend is. Dat komt door de hoge voorspelbaarheid en de mogelijkheid van slimme integratie van energiewinning uit water met bijvoorbeeld bruggen en dammen.

De potentie van energie uit water laat zich in Nederland ook al volop zien. Een goed voorbeeld zijn de getijdenturbines van Tocardo in de Oosterschelde stormvloedkering, die dagelijks energie opwekken. De werking van de getijdenturbines in de afgelopen jaren heeft aangetoond dat er geen negatieve effecten op de veiligheid of op de omgeving zijn. Op de Afsluitdijk wordt elektriciteit opgewekt uit het verschil tussen zoet- en zoutgehalte tussen het IJsselmeer en de Waddenzee door het bedrijf REDstack. Bij de Grevelingendam wordt gebouwd aan een Tidal Technology Centre.

Opschaling van deze praktijkcases, aangevuld met andere initiatieven, kunnen tegen 2030 een vermogen opwekken van circa 200 tot 300 Megawatt. Dat is natuurlijk nog bescheiden. Maar rond 1985, bij de bouw van de eerste windmolens, konden we evenmin vermoeden dat deze ontwikkeling een snelle vlucht zou nemen.

De ontwikkeling van de ‘Tidal Bridge’, een uniek concept van een brug waar getijdenenergie wordt opgewekt, is een uitstekend voorbeeld van de potentie van energie uit water als exportproduct. Het concept is in samenwerking met Nederlandse engineers en offshore-bedrijven ontwikkeld. De showcase bij de Oosterscheldekering was bepalend voor de Indonesische overheid om een haalbaarheidsstudie naar de bouw van een dergelijke brug in de provincie Nusa Tenggara Timur (Larantuka) in Indonesië te initiëren.

Het is belangrijk dat de overheid werkende praktijkdemonstraties en showcases stimuleert en projecten van energie uit water binnen de bestaande regelingen financieel beter gaat ondersteunen. Zonder deze showcases en opschaling kan er geen portfolio worden opgebouwd.

De aanleg van windparken langs de kust in Nederland (bijv. Borssele V) en de voorziene hernieuwing van stuwen (bijvoorbeeld in de Maas), dijken en dammen bieden hiervoor kansen. De nieuwe doorlaat in de Brouwersdam voor herstel van waterkwaliteit, biedt een uitgelezen mogelijkheid voor de integratie van een getijdecentrale. Een geweldige kans voor innovatieve verduurzaming die eerder, bij de renovatie van de Afsluitdijk, niet is benut.

Daarnaast moet energie uit water bij de overheid meer prioriteit krijgen om in te zetten als exportproduct. Te vaak worden projecten voor het buitenland nu nog afgewezen.

Nu we de maatregelen voor het Klimaatakkoord gaan uitrollen, moeten we vooral energie uit water niet vergeten. Zodat we in 2050 net zo versteld staan over de waarde van deze duurzame energiebron als we nu doen over wind en zonne-energie.

Auteurs | Piet Ackermans is voorzitter van de branchevereniging Energie uit Water en Britta Schaffmeister is directeur van de Dutch Marine Energy Centre.

Link naar het online artikel in het FD

Het artikel in pdf